QPROD · MEETWERELD.NL

Maatvoering schoorpalen & schuine leidingen

Praktische handleiding voor het inmeten, controleren en uitzetten van schuine ronde objecten.

← Naar de calculator
Met de Maatvoering schoorpalen & schuine leidingen bereken je de positie van schuine leidingen, schoorpalen, buispalen en andere rechte cilindervormige objecten. Je gebruikt twee coördinaten per object en de werkelijke buitendiameter. De calculator bepaalt de hellingshoek en de bijbehorende geometrie.

Inmeten: van twee gemeten bovenkantpunten naar de hartpositie en horizontale doorsnede op een gekozen hoogte.
Uitzetten: van twee ontwerp-hartpunten naar twee overeenkomstige punten op de bovenkant van de buis.

1. Inmeetmethode – schuine objecten controleren

Gebruik deze methode wanneer je een schuine leiding of schoorpaal hebt ingemeten en wilt bepalen waar het hart van het object zich op een specifieke hoogte bevindt. Bijvoorbeeld om te controleren of een schoorpaal op de juiste positie door een funderingsvloer komt. Je hoeft het hart niet rechtstreeks te meten.

1Meet twee punten op de bovenkant

Meet met je total station of GPS twee punten op dezelfde bovenste beschrijvende lijn van de buis of paal. Kies bij voorkeur één punt zo laag mogelijk en een tweede punt verder omhoog. Meet niet het ene punt bovenop en het andere op de zijkant. Kies voldoende onderlinge afstand: hoe dichter de punten bij elkaar liggen, hoe gevoeliger de berekende richting wordt voor meetafwijkingen. De volgorde van laag naar hoog of andersom maakt voor de berekening niet uit.

Meetpunt AMeetpunt BHart op snijhoogteSnijhoogteVloer
Schematisch zijaanzicht. De twee blauwe meetpunten liggen op dezelfde buitenlijn; het oranje hartpunt ligt op de snijhoogte.
Prisma en meetcorrecties: voer coördinaten in die daadwerkelijk betrekking hebben op de bovenkant van de buis. Houd rekening met prismahoogte, meetmethode en eventuele offsets. Een verkeerd toegepaste correctie werkt door in de berekende hartpositie.

2Nummer en codeer de meetpunten

Meet iedere buis of paal als een paar van twee direct opeenvolgende regels in het coördinatenbestand. Bijvoorbeeld LEI001 en LEI002 voor leiding 1, LEI003 en LEI004 voor leiding 2. De calculator koppelt steeds twee opeenvolgende bestandsregels; alleen opvolgende puntnummers zijn dus niet voldoende als de regels door elkaar staan.

Je kunt de diameter handmatig invoeren of laten herkennen uit de punt-ID of puntcode. Bijvoorbeeld D90 voor een buitendiameter van 90 mm en D110 voor 110 mm. Als de diameter bij beide punten is opgenomen, moeten de waarden overeenkomen.

3Exporteer het coördinatenbestand

Exporteer de ingemeten punten als CSV. Gebruik de kolommen punt-ID, X, Y, Z en code; de calculator kan ook gangbare CSV-indelingen herkennen. Coördinaten en hoogtes in meters, diameter in millimeters:

PuntID,X,Y,Z,Code
LEI001,100.000,200.000,6.800,D90
LEI002,100.500,200.000,7.300,D90
LEI003,105.000,210.000,6.900,D110
LEI004,105.400,210.000,7.400,D110

4Laad het bestand en stel de snijhoogte in

Kies in de calculator Controle inmeting, laad het CSV-bestand en kies de diameterbron: handmatig, punt-ID of puntcode. Controleer de eenheden en vul de snijhoogte in, bijvoorbeeld 6,500 m NAP. Dat is de horizontale hoogte waarop je de hartpositie en de doorsnede wilt berekenen, bijvoorbeeld bovenkant funderingsvloer.

5Controleer de ingelezen objecten

De calculator controleert de puntenparen en diameters. Gereed betekent dat het object kan worden berekend. Bij een waarschuwing kan het object worden berekend maar verdient een bijzonderheid aandacht. Bij een fout wordt het object geblokkeerd. Je kunt geldige objecten afzonderlijk aan- of uitvinken en met de overige leidingen doorgaan.

6Bereken de hartpositie en de ellips

Klik op Berekenen. Je krijgt onder andere de hellingshoek, de hartpositie H op de gekozen snijhoogte en de vier uiterste punten van de horizontale ellipsdoorsnede. Bij een schuine ronde buis is die doorsnede geen cirkel maar een ellips.

L1L2K1K2H
Bovenaanzicht van de horizontale doorsnede: H = hart; L1/L2 = uiteinden lange as; K1/K2 = uiteinden korte as.

Alle vijf berekende punten liggen op dezelfde ingestelde snijhoogte.

7Exporteer en controleer in CAD

Download de berekende punten als CSV of exporteer de controle-DXF. Je kunt in de DXF onder andere de oorspronkelijke meetpunten, bovenlijn, hartlijn, hartpunt, ellipspunten, ellips, labels en objectinformatie aan- of uitvinken. Importeer de resultaten in Pythagoras of AutoCAD en vergelijk de berekende hartposities met het ontwerp.

Praktijkvoorbeeld: je hebt twintig schoorpalen ingemeten en wilt controleren waar deze door de funderingsvloer komen. Stel de snijhoogte in op bovenkant vloer, bereken de hartpunten en vergelijk de geïmporteerde resultaten met de ontwerpcoördinaten.

2. Uitzetmethode – uitzetpunten voorbereiden

Gebruik deze methode wanneer je twee hartlijncoördinaten uit het ontwerp hebt, maar de buis of schoorpaal buiten wilt uitzetten aan de hand van de bovenkant. De calculator berekent twee bijbehorende bovenkantpunten. Deze vormen samen een schuine referentielijn voor de controle in het veldboek.

1Verzamel twee hartlijncoördinaten

Bepaal in CAD twee punten op de ontworpen hartlijn van hetzelfde object, met voldoende onderlinge afstand. Kies waar mogelijk hoogtes die aansluiten bij de werkzaamheden buiten. De twee ontwerpcoördinaten bepalen samen de richting en hellingshoek van de buis.

Bovenkant AHart ABovenkant BHart BVloer
Schematisch zijaanzicht: de blauwe bovenkantpunten liggen op de bovenste buitenlijn. De oranje verbindingen van hart naar bovenkant staan loodrecht op de schuine hartlijn.
Let op: de verschuiving van het hartpunt naar het bovenkantpunt vindt loodrecht op de schuine buisas plaats, niet simpelweg verticaal of horizontaal. Daardoor veranderen de X-, Y- én Z-coördinaat van het bovenkantpunt in het algemeen.

2Maak een coördinatenbestand

Exporteer twee hartlijnpunten per object vanuit CAD naar CSV. Plaats de twee punten van iedere buis direct onder elkaar; behoud deze volgorde in het bestand. Voeg desgewenst de buitendiameter toe aan punt-ID of puntcode.

PuntID,X,Y,Z,Code
SP001,100.000,200.000,6.500,D90
SP002,100.500,200.000,7.000,D90

3Selecteer de uitzetmodus

Kies Uitzetten bovenkant, laad het CSV-bestand en selecteer de diameterbron. Controleer de werkelijke buitendiameter en de coördinateneenheid. De calculator verschuift ieder hartlijnpunt loodrecht op de buisas met een halve buitendiameter naar de bovenkant.

4Controleer en bereken

Controleer de koppeling van de hartlijnpunten en de diameters. Selecteer de gewenste objecten en klik op Berekenen. Per object ontstaan twee bovenkantpunten, die samen de schuine uitzetlijn bepalen.

5Exporteer de uitzetgegevens

Download de bovenkantpunten als CSV en importeer ze in het veldboek. De DXF-export voor uitzetten is in deze testversie nog niet beschikbaar. De geplande uitzet-DXF zal afzonderlijk aan- en uitvinkbare onderdelen krijgen: uitzetpunten, uitzetlijn, puntlabels en objectinformatie. De hartlijn en verbindingslijnen zijn niet nodig in de praktische uitzet-DXF.

6Zet de buis of schoorpaal buiten uit

Importeer de bovenkantpunten in je veldboek en gebruik de schuine lijn tussen de twee punten als uitzetreferentie. Controleer tijdens het plaatsen of de bovenkant van de buis op verschillende hoogtes overeenkomt met deze lijn. De wijze waarop je een schuine lijn selecteert en controleert, hangt af van de functies van je veldsoftware.

Praktijkvoorbeeld: een leiding moet schuin vanuit een vloer worden geplaatst. Je beschikt over twee ontwerp-hartpunten en de buitendiameter. Bereken de twee bovenkantpunten, importeer deze in je veldboek en gebruik de lijn ertussen om de positie en helling tijdens het plaatsen te controleren.

3. Belangrijke aandachtspunten